HOME BOOKS ARTICLES LECTURES AND PRESENTATIONS SHELL
PROJECT
PHILIPS RESEARCH
UNIT
CONTACT   NEDERLANDS

xxl ISBN 90 6168 643 1
Uitgeverij SUN

www.bol.com

<< back

Is de nieuwe generatie topmanagers in het Nederlands bedrijfsleven wel zo geweldig succesvol als het lijkt? En hoe veroverden ze de hoogste macht?

De bestsellerauteurs Jos van Hezewijk en Marcel Metze namen honderden bedrijven en topfunctionarissen uit de afgelopen vijftien jaar de maat. Ze wijzen de meest opzienbarende presteerders en de meest bedenkelijke achterblijvers aan. Hun rapportcijfers zullen vele verrassen.

De manager die de wedloop naar de macht wil winnen, oefent geduld en slaat in moeilijke tijden toe. Beurslieveling of niet, in de rat race overleven vooral de bedrijven met veel gevoel voor traditie, die slim innovaties oppikken en die andere opslokken vóór ze zelf opgegeten worden.

Van Hezewijk en Metze concluderen ook dat de macht in de Nederlandse economie, ooit in handen van zo'n 200 personen, thans geconcentreerd is bij slechts 101 toplieden. Wie zijn nú deze spinnen in het web? Hoe krijgen zij steeds meer greep op de samenleving? Hoe bespelen zij hun netwerken?

Inhoudsopgave
Voorwoord

Recensies
Top

Inhoudsopgave

- inhoudsopgave
- voorwoord

- top-25 best presterende bedrijven 1982-1997
- top-25 meest invloedrijke topfunctionarissen
- jaaroverzicht 1982-1997

Deel A Eten of gegeten worden

Hfd.1 De winnaars (in perspectief)
Hfd.2 De financiële ´boom´
Hfd.3 De informatiemaatschappij (digitale revolutie in uitgeverij)
Hfd.4 De nieuwkomers
Hfd.5 De oudjes doen het nog best
Hfd.6 Tegen het plafond
Hfd.7 Twijfelgevallen en verliezers

Deel B Concentratie van macht (samenballing van macht, aanpassing)

(de regels veranderen, het machtsspel blijft)

Hfd.8 de invloedrijksten van Nederland (de wereld van de invloedrijksten)
Hfd.9 op een voetstuk (de invloedrijksten en de wereld)
Hfd.10 de stabiliteit van de machtsnetwerken (verschuivingen in de ma..)

Epiloog de weg naar de top

- verantwoording onderzoek
- verantwoording literatuur

- bijlage
1. top-100 naar eigen vermogen 1982
2. top-100 naar eigen vermogen 1997
3. top-100 naar beurswaarde 1982
4. top-100 naar beurswaarde 1997
5. ranglijst meest/minst succesvolle bedrijven 1982-1997 naar eigen vermogen
6. ranglijst meest/minst succesvolle bedrijven 1982-1997 naar beurswaarde
7. ranglijst rapportcijfer meest/minst succesvolle bedrijven 1982-1997
8. top-101 van invloedrijkste topfunctionarissen, met hoofdfunctie, prestatie- en machtsscore
9. ranglijst topfunctionarissen naar prestatiescore

- register register van personen en bedrijven

Inhoudsopgave
Voorwoord

Recensies
Top

Voorwoord:

Dit is een merkwaardig boek geworden. Het bevat korte beschrijvingen van bedrijven en toplieden voor zappers, scorelijsten voor cijferfetisjisten, serieuze analyses voor wie meer diepgang wil, een jaar- en eeuwoverzicht voor systematici, en korte handleidingen voor carrièremakers en machtszoekers. Eigenlijk is het een uit de hand gelopen boek.

Aanvankelijk wilden we een nieuwe en sterk verbeterde versie maken van de ´Topelite van Nederland´. Daarin had Jos van Hezewijk de kringen der meest invloedrijken voor het eerst beschreven. In de twaalf jaren daarna was er heel wat veranderd was in de top van het bedrijfsleven. Ieder op onze eigen manier hadden we dat gevolgd. Jos van Hezewijk had zijn Elite Databank opgebouwd, met duizenden uittreksels van artikelen over toplieden en hun ondernemingen; Marcel Metze had er tientallen artikelen over geschreven, plus zijn boeken over de grote banken en over Philips. De verleiding onze kennis te bundelen voor een ´update´ was groot. Wel, we hebben het geweten. Door het besluit samen te werken, bundelden we namelijk ook een paar lastige neigingen: niet op te houden met vragen stellen, modieuze trends per definitie te wantrouwen, door te gaan met het zoeken van feiten en hun onderlinge verbanden. Wat aanvankelijk een handzaam project leek, groeide zo alsmaar verder uit. En werd steeds fascinerender.

Het begon met de eerste vraag: zou het niet interessant zijn te kijken wat de prestaties van de leden van de topelite zijn? Ja, natuurlijk. En hoe meten we dat? Door te kijken naar de prestaties van hun bedrijven. Over welke periode? Een behoorlijk lange, want dan kun je ze pas écht beoordelen. Zo ging dat verder. Min of meer intuïtief kozen we voor een periode van 15 jaar, vanaf 1982.

Het mooie van feiten verzamelen, is dat ze vanzelf gaan spreken. En je verrassen. Wij meenden wel zo ongeveer te weten wat we van dit onderzoek konden verwachten. Wekenlang bestudeerden we de grootste Nederlandse bedrijven en dan vooral de ontwikkeling van twee simpele gegevens, die een indicatie van de winstgevendheid en de kracht op de langer termijn vormen: de beurswaarde en het eigen vermogen. Toen dat beeld compleet was, rolden er ineens allerlei onverwachte patronen uit. Neem het lijstje van zes best-presterende bedrijven en hun toplieden, dat we behandelen in hoofdstuk 1. Dat bleek een paar namen te bevatten, die zeker niet dagelijks het beursnieuws domineren. De conclusie dat financiële bedrijven en uitgeverijen de afgelopen vijftien jaar sterk zijn gegroeid, was op zichzelf logisch. Maar ook hier doken andere top-presteerders op dan we hadden gedacht (hoofdstuk 2 en 3). Nog een verrassing was dat onze gegevens - zonder dat we daarop uit waren - een uiterst krachtige argumentatie leverden tégen het moderne ´shareholder´s value´-denken, dat de belangen van de aandeelhouder centraal telt. Beurslievelingen bleken door de mand te vallen: de lotgevallen van een nieuwkomer als Baan zijn geen incident maar een patroon (hoofdstuk 4). Omgekeerd stegen veel oudere en gewortelde bedrijven in onze achting vanwege hun aanpassingsvermogen in moeilijke tijden (hoofdstuk 5).

De keuze voor een beoordeling over een periode van 15 jaar bleek gaandeweg een gouden greep. De jaren 1982-1997 zijn om tal van redenen uniek. Tijdens ons onderzoek drongen zich steeds meer redenen op om ze te zien als het begin van een heel nieuw economisch, politiek en sociaal tijdperk - ja zelfs als het feitelijke begin van de 21e eeuw (eveneens hoofdstuk 5). In deze overgangstijd kwam het Nederlandse poldermodel in drie fasen tot bloei (hoofdstuk 1) en beleefden we twee beurshausses, maar kampten de oude multinationals, op wier vleugels wij door de voorbije eeuw zeilden, meer en meer met managementproblemen. Uit ons onderzoek komen zij naar voren als getroubleerde zorgenkinderen (hoofdstuk 6), die de nieuwe tijden nauwelijks bij kunnen benen en vermoedelijk afstevenen op radicale beslissingen. De analyse van de ´losers´ (hoofdstuk 7) bracht ons ongewild naar het Rotterdamse havengebied en naar bedrijven in de sector transport/distributie. Kijkend naar prestaties in de afgelopen vijftien jaar, werden wij steeds sceptischer over Nederland Distributieland.

Gewapend met deze nieuwe beelden en analyses, gaven we tenslotte uitvoering aan ons eigenlijke voornemen de macht, het netwerk, de prestaties en de wereld van de Nederlandse topmanagers anno 1998 te beschrijven. We vulden onze talloze gegevens aan met een eigen enquête en maakten allerlei vergelijkingen met het topelite-onderzoek van 1986. We constateerden dat de macht weliswaar taai is, maar dat in de jaren tachtig en negentig toch een nieuwe generatie is aangetreden, met andere achtergronden en licht aangeraakt door de roemruchte jaren zestig (hoofdstuk 8). In tal van opzichten heeft deze generatie het tij mee gehad en bevond zij zich op het juiste moment op de juiste plaats. Doordat we verbanden konden leggen met het onderzoek naar de prestaties van de bedrijven, kwamen we ook nu weer voor verrassingen te staan. Zo signaleerden we een aanzienlijke machtsconcentratie en werd scherp duidelijk dat men niet zozeer door topprestaties in de circuits van de invloedrijksten belandt. Daar zijn andere mechanismen werkzaam, die we verspreid over de hoofdstukken 8, 9 en 10 bespreken.

Het was bijzonder interessant om eens te bekijken hoe de verhouding tussen toplieden en de samenleving de afgelopen vijftien jaar veranderd is. Zij hebben hun toegenomen aanzien zonder terughoudendheid omgezet in maatschappelijke invloed, zó sterk dat soms het beeld van een nieuwe regentenkliek opdoemt (hoofdstuk 9). Toch zijn er gelukkig ook tekenen dat de moderne samenleving een regenteske houding niet langer accepteert.

Verspreid door dit boek vindt de lezer een uitvoerige reeks geschreven portretten van bedrijven en van de daaraan gelieerde invloedrijken. Daarmee willen we natuurlijk in de eerste plaats laten zien wie zij zijn. Door vermelding van de scores voor prestatie, krijgt de lezer echter ook een direct oordeel over zowel de bedrijven als hun topmanagers. Verder ziet hij direct waar de betreffende personen op de machtsladder staan (via het rangnummer achter hun naam) en in welke netwerken zij zich bevinden. Toen we nagingen hoe die netwerken er anno 1998 uitzien en hoe ze functioneren, droop de aloude ´ons kent ons´ sfeer eraf (hoofdstuk 10). De economische 21e eeuw mag dan vijftien jaar geleden zijn begonnen, in de circuits van de invloedrijksten zien we slechts kleine en langzame veranderingen. De invloedrijksten laten zich niet door de vele vernieuwingen in bedrijfsleven en samenleving meeslepen, ze worden erdoor op sleeptouw genomen - met de handrem aangespannen. Maar misschien is dat ook wel het wezen en de functie van het establishment door de eeuwen heen.

Aan het eind van dit boek presenteren we twee setjes spelregels ter lering en vermaak, die voortkomen uit onze analyses. Het ene setje is voor ondernemers en managers die in de liga der best-presterende bedrijven willen belanden; de tweede is voor personen die de hoop koesteren tot de circuits der invloedrijksten door te dringen. En hoewel in het verleden behaalde resultaten geen garantie voor de toekomst bieden, wagen we het toch om de bedrijven en individuen te noemen die volgens ons de komende jaren de beste kansen hebben.

Uden/Ooy
november 1998
Jos van Hezewijk
Marcel Metze

Inhoudsopgave
Voorwoord

Recensies
Top

Recensies:

Parool

Door Twan van de Kerkhof

Machtig, rijk en groot in Nederland

Lijstjes zijn altijd populair. Wie is de beste, de grootste, de duurste, de rijkste? Jos van Hezewijk en Marcel Metze maakten ranglijsten van de beste bedrijven en de machtigste ondernemers van Nederland.

Uitgeverij Sun heeft in het verleden bewezen een uitstekende neus te hebben voor wat de Nederlandse lezer aantrekkelijk vindt. De boeken van Marcel Metze over Philips en de banken zijn bestsellers geworden, evenals het boek van Barbara Smit over Heineken. Deze werken paarden een gedegen analyse aan onthullingen en zijn bovendien gewoon leuk om te lezen.

XXL voldoet niet aan die criteria. Door zijn verbrokkeldheid leest het niet lekker weg en de kwaliteit van de analyses haalt het niet bij de eerdergenoemde boeken. De machtigste mannen uit het Nederlands bedrijfsleven - de eerste vrouw staat pas op de 21ste plaats - zijn vooral commissariatenverzamelaars. Zij hebben in het verleden grote concerns geleid en leggen zich nu toe op een adviserende en toezichthoudende taak in raden van commissarissen.

Op nummer één prijkt de onbekende Henny de Ruiter, commissaris bij ondermeer Aegon, Hoogovens, Wolters Kluwer en Heineken. De Ruiter is een uitzondering. Hij is nooit de grote baas geweest bij Shell, maar was lid van de directie.

Na hem volgen oud-ABN Amro-coryfee Rob Hazelhoff, voomalig Heineken-totman Gé van Schaik, oud-Akzo-voorzitter Aernout Loudon en ex-Shell-topman Lo van Wachem - die bij Philips binnenkort president-commissaris Floris Maljers (ex-Unilever) vervangt.

De eerste nog zittende topman op de lijst is Jan Klaff van ABN Amro op de tiende plaats, die hij deelt met Morris Tabaksblat, ook Unilever. Cees van der Hoeven van Ahold staat op 17, Cor Boonstra van Philips op 21 en Wim Dik van KPN Telecom op 24.

De samenstelling van macht in Nederland is de laatste jaren gewijzigd, concluderen de auteurs. "In de periode 1982-1997 is een nieuwe generatie topbestuurders en commissarissen aangetreden: minder randstedelijk (Rotterdammers zijn 'uit', zuiderlingen 'in'), minder vaak uit oude ondernemersfamilies, in politieke voorkeur wat linkser, minder vaak opgeleid als ingenieur".

De tanende invloed van de Rotterdammers hangt volgens hun samen met het grote aantal kwakkelende bedrijven in Rotterdam. De auteurs plaatsen grote vraagtekens bij 'Nederland Distributieland'. Zij voorspellen dat de haven- en transportbedrijven een zware toekomst tegenmoet gaan.

De invloed van de commissarissen is afgemeten aan het eigen vermogen van de bedrijven die zij adviseren. Hoe groter de onderneming waarvan zij commissaris zijn, des te meer macht wordt hun toegekend. Politici of andere invloedrijken zijn buiten beschouwing gelaten in de ranglijst. Metze en Van Hezewijk hebben zicht beperkt tot de machtigen in het bedrijfsleven.

Behalve de lijst met personen hebben de auteurs een rangschikking gemaakt van de best presterende bedrijven. De uitkomsten daarvan zijn zeer verrassend. Bovenaan staat het financiële conglomeraat Achmea, gevolgd door Schuttersveld, Reed Elsevier, Hagemeyer, Nedap en Randstad.

Deze lijst is gemaakt door het eigen vermogen en de beurswaarde per ondernming te vergelijken met het gemiddelde van alle bedrijven over de periode 1982-1997. Winnaar Achmea heeft geen beursnotering, dus daar is het eigen vermogen de enige aanwijzing van het succes.

De vraag is of deze indicatoren wel zwaar genoeg zijn om kaf en koren van het Nederlandse bedrijfsleven van elkaar te scheiden. Het eigen vermogen kan in hoge mate worden gemanipuleerd. Inmiddels zijn er verfijndere maatstaven beschikbaar, zoals de economic value (eva) of de added marktet value added (mva), die momenteel een snelle opmars maken onder de rekenmeesters. Deze zijn echter eveneens onderhevig en kneedbaar. Er bestaat eenvoudigweg geen boekhoudkundige maatstaf die boven alle kritiek is verheven, dus ook geen ranglijst die onaanvechtbaar is.

De kracht van het boek is de verfrissende kijk op de prestaties van bedrijven door zo'n lange periode te nemen, waardoor de waan van de dag eruit wordt gefilterd. Stugge dorknopers blijken op lange termijn de beste presteerders. "Gestaag een zeventje, dat is het beste. Bedrijven die af en toe uitschieters naar boven of beneden vertonen, komen uiteindelijk lager uit.

Vooral beurslievelingen blijken op de lange termijn onbetrouwbare presteerders. Van de top-15 met de meeste groei in beurswaarde in 1982-1987 zijn er in 1987-1992 nog maar twee over en in 1992-1997 nog slechts één."

"De suggestie die hieruit oprijst, is dat koersvastigheid, uithoudingsvermogen en een zekere nuchterheid uiteindelijk het meest lonen. De goed presterende bedrijven lopen over het algemeen niet te ver voor de muziek uit. Ze willen wel risico's lopen maar niet te veel. Ze zijn niet geneigd zelf met nieuwigheden te experimenteren, wel om ze over te nemen."

Deze conlusie smaakt naar meer. Zij doet denken aan de gevolgtrekkingen die James Collins en Jerry Porras opschreven in Built to last, een van de beste managementboeken van de laatste jaren. In dit boek worden succesfactoren bestudeerd van negentien goed presterende bedrijven over een periode van 75 jaar. Metze en Van Hezewijk halen die diepgang niet, al is ze dat moeilijk kwalijk te nemen. Collins en Porras werkten zes jaar lang aan hun studie, de Nederlanders een paar maanden.

Inhoudsopgave
Voorwoord

Recensies
Top
<< back